Antoon Gerard Boonen

De Eerste Wereldoorlog is bijzonder gewelddadig.  Het getraumatiseerde België telt na de oorlog ongeveer 30.000 oorlogsinvaliden.  Eén van hen is Antoon Gerard Boonen.

Antoon Gerard Boonen wordt geboren op 19 januari 1891 in Kaulille.  Hij is de zoon van Jacob Boonen en Anna Maria Bloemen.

Voor WOI is Antoon Gerard al onderwijzer.  Tijdens de oorlog geeft hij zich op als oorlogsvrijwilliger en dient hij als soldaat brancardier aan het front.  Hij loopt er echter ernstige verwondingen op en wordt na de oorlog als groot-invalide erkend.

In 1920 trouwt hij met Julienne Bos en het koppel vestigt zich in Lommel, waar Julienne als onderwijzeres (later hoofdonderwijzeres) van de gemeentelijke meisjesschool in Lommel-Centrum, aan de slag kan.

Antoon Gerard sterft in 1951 op 60-jarige leeftijd.

antoon gerard boonen - doodsprentje

De aanleg van de elektrische draadversperring

In april 1915 starten de Duitsers met de aanleg van een elektrische draadversperring, geladen met hoogspanningsstroom.  Pastoor Eduard Van Lil van Lommel-Kolonie schrijft later hierover het volgende:

‘Daar zich een gedeelte der parochie in de grensstreek bevindt, hebben velen den ‘draad’ gezien, zoals men kortweg de versperring noemde, welke door de Duitschers was opgericht, om België streng af te sluiten.  
‘s Avonds en ’s nachts weerklonken er soms schoten van vuurwapens.  Men schoot dan op vluchtelingen of briefdragers, die België in- en uit wilden.  De versperring bestond uit drie rijen draad, naast elkander; de buitenste rijen waren onschadelijk en dienden ter bescherming van den binnenste, die met elektriciteit was geladen.  Wie dezen raakte, als was het ook maar met de slip van jas of rok, werd door den draad gegrepen.  Menigmaal stoorde een bange kreet de stilte van den nacht; dan snelde een schildwacht toe en vond eenen verongelukte met afgebrande ledematen.  De stroom werd afgeschakeld en men droeg het lijk van eenen Belgischen vluchteling, van eenen Franschman of eenen Rus, van eenen koerier of eenen deserteur henen.  Soms ook was het een Hollandsche soldaat, die om de eene of andere reden door de buitenste versperring was gekropen, uitglipte en in de klauwen van den dood viel.  Dan heette het: ‘Er hangt iemand aan den draad…’.
De Duitschers werden steeds strenger.  Toch gingen nog heele zakken brieven over de grens.  De Duitschers deden ook de ramen en deuren der woningen, welke op de grens uitzagen, met ijzeren traliën afsluiten; later moesten de woningen aan de grens ontruimd worden.  Ik voeg erbij, dat de versperring tevens een weermiddel was voor de Duitschers, welke den ‘krieg’ moe waren.  De dooden werden weggevoerd en begraven op het gemeentekerkhof van Lommel.’

De draad staat voortdurend onder zware bewaking  (uit 'Het epos van de draad - Deel 3: Het verzet')
De draad staat voortdurend onder zware bewaking.
(uit ‘Het epos van de draad – Deel 3: Het verzet’)
Op regelmatige afstanden staan deze gebouwtjes langs de draad. Het lage gedeelte doet dienst als soldatenverblijf. In het torengedeelte staan de generatoren opgesteld.
(uit ‘Smokkelen in Brabant – Een grensgeschiedenis 1830-1970′)

Henri en Jan Matthys Brusselaers

De broers Henri en Jan Matthys Brusselaers worden respectievelijk geboren op 8 januari 1888 en 20 maart 1889.  Ze groeien op in een eenvoudig landbouwersgezin.  Hun ouders zijn Theodoor Brusselaers en Dymphna Cremers.

Henri treedt in 1908 in dienst als soldaat V.A.P. (vrijwilliger avec prime).  Later gaat hij in Overpelt aan de slag als fabrieksarbeider en in 1911 huwt hij met Maria Gertrudis Meynen uit Kermt.  Hun kinderen, Theodoor en Helena Aldegonda, worden geboren in 1912 en 1913.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vecht Henri met het 14e Linieregiment, 4e Bataljon, 4e Compagnie.
Broer Jan Matthys is soldaat bij het 7e Linieregiment, 3e Bataljon, 1e Compagnie.  Beiden overleven de oorlog.

In 1921 verhuist Henri met zijn gezin naar Overpelt.
Jan Matthys trouwt op 26 augustus 1922 met Joanna Maria Janssens.

Jan Matthys Brusselaers
Jan Matthys Brusselaers

jan matthys brusselaers (bidprentje)

 

Het nationaal hulp en voedingscomité: Voedselvoorziening op lokaal niveau

Het bestuur van het Nationaal Hulp- en Voedingscomité in Lommel wordt geleid door Jos Theuwissen, de zoon van gepensioneerd onderwijzer en gemeenteontvanger Ferdinand Theuwissen. Net voor de oorlog was hij aan de Leuvense universiteit de opleiding tot landbouwingenieur begonnen. Door de sluiting van de universiteit in 1914 moet hij echter zijn studies opgeven.
Andere (gekende) leden  zijn Jan Vreys, Leonard Vromans, Karel Bosmans, Peer Wouters en Pierre Bosmans.

Op 30 januari 1915 ontvangt het Lommelse komiteit aanvullende onderrichtingen van het hoger bestuur in verband met de verdeling van voedsel via de gemeentelijke magazijnen:
“Onderstaande verkoopprijzen moeten gehandhaafd blijven, zo niet krijgt men geen waren meer:
meelbloem: 0,45 fr/kg – gemalen tarwe: 0,40 fr/kg – bonen: 0,65 fr/kg – erwten: 0,60 fr/kg – rijst: 0,55 fr/kg;
Er mag niet meer dan 250 g tarwebloem of gemalen tarwe per hoofd en per dag verkocht worden;
Het is verboden tarwe of tarwebloem te verkopen aan hen die al voorraden tarwe, rogge, meel, e.d. bezitten;
Betreffende bonen, erwten en rijst mag niet meer dan 1 kg per gezin en per week verkocht worden;
De dagen en uren van verkoop moeten in het magazijn binnen en buiten aangeplakt worden.
Zowel Belgische als Duitse munt wordt ter betaling aanvaard;
De Provinciale Kommissie zal aan de Gemeentelijke Kommissie 2,50 fr. voor elke 100 kg geleverde waren terugbetalen, dienende tot dekking der vervoerkosten, der verliezen op de waren en der magazijnkosten;
Het gewicht der waren staat vermeld op de zak, ingeval van beschadiging der zakken wordt het bevonden gewicht in rekening gebracht.”

Na de oorlog laten Jos Theuwissen en zijn vrouw in de Stationsstraat een villa bouwen.  Het gebouw staat er nog steeds.
Na de oorlog laten Jos Theuwissen en zijn vrouw in de Stationsstraat een villa bouwen. Het gebouw staat er nog steeds.