Categorie archief: Oud-strijders

Alfons Dirx

We hadden het op deze blog eerder al even over oud-strijder Alfons Dirx (http://wo1.erfgoedlommel.be/?p=318).
Vele Lommelaren kennen zeker zijn kleinzoon, Frans Dirx.
Frans was vroeger postbode in Lommel en is nu de bezieler van de Facebookpagina ‘Lommel Vroeger en Nu’.
Als terecht trotse kleinzoon bezorgde Frans ons een aantal documenten van zijn grootvader. We delen ze hier met veel plezier.

Het militair zakboekje van soldaat-milicien Alfons Dirx:

vuurkruiser14-18-8pg  vuurkruiser14-18-10pg

Het soldijboekje of ‘carnet de pécule’, dat de zuurverdiende centen van soldaat Dirx oplijst:

vuurkruiser14-18-5pgvuurkruiser14-18-6pgvuurkruiser14-18-7pg

Na de oorlog werd de vuurkaart uitgereikt aan alle soldaten die gedurende minstens 12 maanden aan het front ‘onder vuur’ gestreden hadden.

vuurkruiser14-18-3jpgvuurkruiser14-18-2

Het vuurkruis werd ingesteld op 6 februari 1934 en is na de IJzer-medaille het belangrijkste ereteken voor oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog . Deze medaille werd uitgereikt aan alle soldaten (ook vuurkruisers genoemd) die voor hun militaire verdiensten eerder al de vuurkaart ontvangen hadden.

Als ‘vuurkruiser’ was Alfons Dirx lid van de Nationale vuurkruisenbond, een vzw die o.m. instond voor de belangenverdediging van deze oud-strijders.

lidmaatschap vuurkruisenbond

Aan het statuut van vuurkruiser waren diverse voordelen verbonden. Zo had men recht op een korting van trein-, tram- en bustickets.

korting spoorwegen

En kon men onder bepaalde voorwaarden terugbetaling krijgen van medische consultaties.

vuurkruiser14-18-4pg

Jan Jacob Gerits en Peter Jan Gerits

Jan Jacob Gerits (van de Schoester), geboren op oudejaarsdag 1894, was afkomstig van Lommel-Kattenbos.
Hij was soldaat milicien bij de 2de Legerdivisie, 3de Regiment Etappen, 1ste Bataljon, 1ste Compagnie.

Over Jan Jacob Gerits wordt verteld dat toen kompaan Frans Van Broekhoven werd gekwetst op de voorpost, hij door Gerits dadelijk ter verzorging naar de achterlinie werd gebracht. Gerits liep hiervoor een straf op omdat hij de voorpost ‘te vroeg’ had verlaten …

Naamgenoot Peter Jan Gerits was afkomstig van het gehucht de Kolonie. Hij werd geboren op 3 januari 1894.
Als soldaat milicien behoorde hij tot het 5de Linieregiment, 1ste Bataljon, 1ste Compagnie.
Voor zijn verdiensten tijdens de Eerste Wereldoorlog ontving hij een vuurkruis en 7 frontstrepen.

Na zijn verlof in Parijs kwam Peter Jan Gerits niet tijdig terug. Hij bleef uiteindelijk 4 maanden en 7 dagen weg van het front. Om deze reden kreeg Gerits slechts 7 in plaats van 8 frontstrepen toegewezen.

jan gerits
Jan Gerits (Kattenbos) – 5de van rechts en Jan Gerits (Kolonie) – 4de van rechts

 

Gerard Kelgtermans

Gerard Kelgtermans werd in Lutlommel geboren op 24 januari 1895.

In een mand zonder bodem, kroop hij begin januari 1915, samen met Louis Segers en Jan Theodoor Verdonk, door de elektrische draadversperring . Het gezelschap trok verder door Nederland om vervolgens in te schepen voor Engeland en bereikte via Folkstone uiteindelijk Franse bodem. Op 16 januari 1915 meldde Gerard zich als oorlogsvrijwilliger aan en werd hij bij de hulptroepen van de Belgische genie ingelijfd.

Een jaar later, in de zomer van 1916, werd hij in Steenstrate door een Duitse obus zwaar getroffen aan zijn been, waardoor zijn voet verlamd raakte. Over dit voorval getuigde hij eerder nog het volgende:

‘Een luitenant en 7 soldaten zaten verscholen achter een muur en een groepje van 4 soldaten vulden zandzakjes. Om de beurt bespieden we de vijand door een periscoop. De Duitsers waren bezig met het maken van een onderkomen, een houten bouwwerk. Toen dit klaar was, vroeg de luitenant om artillerievuur. Het eerste kanonschot was een voltreffer en vernietigde het bouwwerk. Doden en gekwetsten werden afgevoerd. Het antwoord van de vijand was echter prompt. Een obus trof de stelling van de geniesoldaten met het gevolg dat wij 5 gesneuvelden telden en 3 gekwetsten aan de benen, waaronder ikzelf.’

loopgraaf - periscoop
Engelse soldaten bespioneren de Duitse linie met een loopgravenperiscoop

 

 

Frans Gerards

Frans Gerards werd geboren in Kattenbos op 22 augustus 1894.

Als soldaat milicien diende hij tijdens WOI bij het 5de  Linieregiment, 1ste Bataljon, 1ste Compagnie.

Hij ontving in de loop van de oorlog 7 frontstrepen en 1 kwetsuurstreep.

Op 20 februari 1917 raakte Frans gekwetst. Terwijl hij aan het front de wacht hield, doorboorde een kogel zijn rechterpols.

Later vertelde hij zijn kinderen ook meermaals hoe hij met Kerstmis ongewapend naar de Duitse loopgrachten liep en daar enkele mannen de hand drukte, om vervolgens weer rustig terug te wandelen.

Frans Gerards  (staande - 2de van links)
Frans Gerards (staande 2de van links)

De families Codden en Luykx

Handelsreiziger Augustinus Codden werd geboren in 1869, hij was dus 45 jaar oud toen de Eerste Wereldoorlog begon.

Augustinus Codden
Augustinus Codden

Samen met Leonie Deroy (° 1874) kreeg hij 2 kinderen: Peter Jozef (° 1901) en Maria Christina (° 1904), die later met Henri Luykx zou trouwen. Het gezin woonde in de Rode Kruisstraat in Lommel.

In de periode van 29/4/1917 tot 12/11/1918 werd Augustinus als politiek gevangene vastgehouden in Hasselt. Als schadevergoeding bekwam hij na de oorlog een pensioen van 1.560 fr.

Peter Jozef Codden
Peter Jozef Codden

Zoon Peter Jozef was te jong om tijdens WO I te dienen als soldaat. Net als zijn vader was hij echter actief in het verzet. Voor zijn acties werd hij door de Duitsers gestraft met opsluiting in de gevangenis van Luik. Na de oorlog werd hij voorzitter van de Bond voor Politieke Gevangenen 1914 – 1918.

Henri Luykx (1ste van links) en Frans Luykx (4de van links)
Henri Luykx (eerste van links) en Frans Luykx (vierde van links)

De broers Henri en Frans Luykx werden respectievelijk geboren in 1896 en 1897. Hun vader, Felix Luykx, had een meubelmagazijn in de Kerkstraat van Lommel, waar ook Henri en Frans werkten.

In 1915 namen beiden dienst als soldaat oorlogsvrijwilliger; Henri bij het 2de Medische Korps, 8ste Compagnie en Frans bij het 6de Linieregiment, 3de Bataljon, 1ste Compagnie.

Enkele jaren na de oorlog, in 1922, huwde Henri met Maria Christina, dochter van Augustinus Codden. Samen kregen ze 7 kinderen.

Egidius Antoon Hesemans

Egidius (Diel) Hesemans werd geboren op 21 december 1894 in Lommel als zoon van Gerardus Hendrik en Anna Maria Vanduffel. Hij was de oudste van 9 kinderen waarvan de jongste – Stans – nog net niet geboren was toen hij op 20-jarige leeftijd als vrijwilliger dienst nam. Volgens eigen zeggen nam hij de plaats in van zijn broer Thieu wiens vrouw in verwachting was en die ingevolge de indiensttreding van zijn oudere broer vrijgesteld werd. De familie Hesemans-Vanduffel woonde op de Adelberg.

Omwille van de bezetting maakte Diel de omweg via Nederland, Engeland en Frankrijk om te kunnen ingelijfd worden bij het 1ste Regiment Jagers te voet. Zijn opleiding startte op 17 januari 1915 in het Opleidingscentrum te Fécamp (Fr) en hij vervoegde zijn Regiment op 11 mei 1915.

egidius hesemans1

Diel bleef bij dit Regiment, 1e Bataljon, 1e Compagnie tot 7 oktober 1919  – toen hij afzwaaide – en vocht 3 jaren en 6 maanden aan het front. Hij diende een korte periode in 1917 in het Opleidingscentrum van de Divisie en van januari 1919 tot augustus 1919 bij het Rijkswachtkorps.

Hij liep 3 verwondingen op: een dolksteek in de arm tijdens een patrouille, een kogel door de buik in de breedte en een kogel door de schouder die pas na de wapenstilstand werd verwijderd.

Naast, in de loop van de komende jaren, het verkrijgen van alle frontstrepen en eretekens verbonden aan overleven aan het front werd op 8 oktober 1918 Egide-Antoine (officiële naam bij het leger) Hesemans door zijn pelotonscommandant Onderluitenant A. Bastin voorgedragen voor een bijzondere eervolle onderscheiding omdat hij op 2 oktober 1918 (vertaling uit het frans) ‘nadat hij krijgsgevangen werd gemaakt en ontwapend door de vijand, hij deze heeft aangevallen met zijn mes en is kunnen ontsnappen. Hij heeft daarna meerdere van zijn gekwetste kameraden tot achter de linies kunnen brengen’.
Als gevolg van deze actie werd Diel Hesemans bij Koninklijk Besluit van 25 oktober 1921 het Oorlogskruis met Palm toegekend voor:
‘Soldaat met een voorbeeldige moed en heldhaftigheid, aan het front sinds 41 maanden. Krijgsgevangen gemaakt tijdens de aanval van 2 oktober 1918, is hij erin geslaagd zich te bevrijden en onze linies te vervoegen; heeft meerdere van zijn gekwetste kameraden teruggebracht.’

Diel Hesemans huwde op 24 augustus 1920 met Louise Rademakers, dochter van strodekker Cornelis Rademakers en Philomena Colignon, die op de Heide woonden. Zij vestigden zich in de Gasstraat en daarna op de Adelberg en kregen 3 kinderen : Gerard (Grai),Mia en Jeanne.

Aanvankelijk sleepte hij met paarden bomen (nutser) en schepen, werd dan chauffeur/bezorger in het transportbedrijf dat zijn vader inmiddels had opgericht. Daarna vestigde hij zich als bakker eerst in het ouderlijk huis en vanaf 1939 in een eigen zaak eveneens op de Adelberg tot hij als beheerder samen met 2 broers en een schoonbroer, de leiding nam van autobusbedrijf Royal Cars Gerard Hesemans, eerst gevestigd op de Adelberg en later in de Lepelstraat.

Diel Hesemans overleed op 31 december 1971.

Opgemaakt door zijn kleinzoon, zoon van dochter Mia,
Jos Vanden Boer

egidius hesemans2
Egidius Hesemans met zijn vrouw Louise Rademakers

Philigon Leon Cornelius Dooghe

Philigon Gaston Cornelis Dooghe is de zoon van Aloisius Dooghe en Romanie Descamps. Hij wordt op 27 maart 1897 geboren in Lo-Reninge (West-Vlaanderen).

Als jonge snaak dient hij tijdens de Eerste Wereldoorlog bij het 11e Linieregiment.

Voor zijn moedig gedrag in Merkem, waar hij krijgsgevangen wordt genomen, wordt hij beloond met een vermelding op de legerdagorde. Hij ontvangt bovendien verschillende eretekens: Officier in de Kroonorde, Ridder in de Leopoldsorde en het Oorlogskruis. In 1922 krijgt hij de graad van sergeant-fourier, een functie die hij, tot zijn vertrek uit het regiment, met stiptheid vervult.

Een fragment uit de schriftelijke verklaring van Désiré Charles Stordeur, reservecommandant bij het 11e Linieregiment, d.d. 20 december 1936:
‘ Monsieur Dhooge Philigon a toujours fait preuve de courage, de dévouement et d’honnesté en toutes circonstances. Il a obtenu en 1922 le grade de sergeant-fourriers qu’il a rempli jusque à son depart du regiment avec zèle et ponctualité.
Sa belle conduite à Merckem où il fut fait prisonnier lui a valu une citation à I.O.J.
Il mérite qu’on lui fasse confiance.’

In 1923 huwt Philigon met de Lommelse Anna Maria Roosen. Tot 1935 woont het gezin in het West-Vlaamse Pollinkhove, maar na zijn ontslag bij het regiment verhuist de familie Dhooge definitief naar Lommel, alwaar Philigon zich vestigt als bakker.

Phil Dooghe

Arthur Jacob Jozef Dingens

Arthur Jacob Jozef Dingens wordt geboren op 19 februari 1895. Hij is de zoon van Jan Frans Dingens, rijtuigbouwer en herbergier, die ook wel gekend is als ‘de Smid’.

Arthur gaat naar de oorlog als vrijwilliger. Hij overleeft echter ternauwernood. Na een bombardement wordt hij gewond afgevoerd en moet zijn linkerbeen worden geamputeerd.

Op 25 oktober 1918 schrijft Henri Verkammen aan zijn moeder hierover dat Arthur Dingens in het Belgisch militair hospitaal te Rouen ligt: “Hij was reeds lang gewond, verloor een been, maar gedraagt zich zeer moedig en maakt zich niet het minst druk om zijn ongeluk. Hij loopt op krukken en doet alsof hem niets ontbreekt … .”

Na de oorlog trouwt Arthur met Maria Tierelieren en samen krijgen ze twee kinderen: Jan Frans en Philomena.

Arthur overlijdt in 1936 op amper 41-jarige leeftijd.

Arthur Jacob Jozef Dingens

Octave Cours

Octave Cours wordt op 21 januari 1891 geboren te Wetteren.

Tijdens WO I is hij soldaat bij het 4e Jagers te voet, 1e Bataljon, 4e Compagnie. Net als de karabiniers bestaan de jagers te voet uit lichte troepen met als hoofdtaak de verkenning.

Na de oorlog vestigt Octave zich als landbouwer in de Lommelse Bakkerijstraat (thans Rode Kruisstraat) en huwt in 1925 met Albertina Verbist, weduwe van Hendrik Jansen. Hendrik sneuvelde tijdens de eerste oorlogsmaanden in Blaasveld. Zijn verhaal kon je eerder al lezen op deze blog.

jagers te voet
uniform van de jagers te voet

Frans Clemens

Frans Clemens wordt geboren in Lommel op 17 april 1887. Zijn ouders zijn Frans Clemens en Joanna Dirikx.

Op 6 januari 1911 huwt hij met Maria Philomena Brans. Nog voor de oorlog krijgen ze 3 kinderen: Anna Gertrudis, Maria Hendrika en Frans Jacob.

Tijdens WO I dient Frans als pontonnier bij de Genie.
Na de oorlog keert hij terug naar zijn gezin in Lommel en vestigt zich opnieuw als schrijnwerker in de Stationsstraat.

inundatie
Na de val van Antwerpen en de terugtocht van het veldleger naar de IJzer is het de genie die de IJzervlakte onder water zet. Hierdoor kan het Belgische leger, aan het einde van zijn krachten, de Slag van de IJzer in oktober 1914 alsnog winnen.
pontonniers2
Pontonniers aan het werk bij de aanleg van een brug