Categorie archief: politiek gevangenen

De familie Poets

De familie Poets, afkomstig van ‘t Wijerken, telde negen kinderen. Twee zonen (Franciscus en Karolus) streden aan het IJzerfront, terwijl twee dochters (Anna en Eliza) hun vader, Victor ‘Fik’ Poets hielpen bij het overbrengen van personen en brieven over de draadversperring.

Vader Poets en zijn dochters opereerden vanuit het Nederlandse Bergeijk. Eens bevond Fik zich onbewust toch op Belgisch gebied en wist hierbij ternauwernood te ontsnappen aan twee Duitse schildwachten. Dochter Eliza had helaas minder geluk. Op 21 december 1916 werd ze bij de elektrische draadversperring in Lommel geëlektrocuteerd.

victor poets
Victor Poets
eliza poets
Eliza Poets

De echtgenote van Victor Poets, Maria Catharina Cremers bleef tijdens de oorlog in Lommel wonen, maar was net als haar man actief als passeur. Zo smokkelde zij o.m. oorlogsrapporten over de grens. In de periode 1917-1918 werd zij door de Duitsers tot 3 maal toe gevangen genomen. Er werd over haar verteld dat ‘ze met zwart haar naar de gevangenis ging en met wit haar terug kwam’.

maria catharina cremers
Maria Catharina Cremers

 

Louis Fiten, Ferdinand Geboers en Joseph Hick

Louis Fiten, Ferdinand Geboers en Joseph Hick waren allen woonachtig in het Lommelse gehucht Werkplaatsen. Ze werden in de week van 7 augustus 1916 door de Duitse bezetter als politieke gevangenen weggevoerd naar Duitsland. Ondanks de geleden ontberingen konden de drie mannen in 1918 terugkeren naar Lommel.

Louis Fiten, schrijnwerker van beroep, was 54 jaar oud toen hij naar Duitsland werd weggevoerd. Hij werd ervan beschuldigd bootjes gemaakt te hebben om jongelingen over het kanaal te loodsen en zo de Nederlandse grens over te steken.

Ferdinand Geboers werd geboren in 1888. Hij zou jongemannen over de grens gesmokkeld hebben. Na afloop van de oorlog keerde hij ziek terug uit Duitsland. Hij ontving een oorlogsschadevergoeding van 150 fr.

Joseph Hick werd in 1873 in Montzen (ten noorden van Eupen) geboren. In 1893 trouwde hij met de Duitse Maria Winckens, waarna het gezin een tijdlang in Eilendorf (Duitsland) woonde. In 1908 kwam de familie naar Lommel-Werkplaatsen, waar Joseph aan de slag ging als fabrieksopzichter. Zoon Matheus vocht als sergeant beroepsvrijwilliger vanaf het begin van WOI bij het 1ste artillerieregiment van het Belgische leger. Joseph werd opgepakt omdat hij jongelingen die het leger wilden vervoegen, over de draad had  geholpen.

De families Codden en Luykx

Handelsreiziger Augustinus Codden werd geboren in 1869, hij was dus 45 jaar oud toen de Eerste Wereldoorlog begon.

Augustinus Codden
Augustinus Codden

Samen met Leonie Deroy (° 1874) kreeg hij 2 kinderen: Peter Jozef (° 1901) en Maria Christina (° 1904), die later met Henri Luykx zou trouwen. Het gezin woonde in de Rode Kruisstraat in Lommel.

In de periode van 29/4/1917 tot 12/11/1918 werd Augustinus als politiek gevangene vastgehouden in Hasselt. Als schadevergoeding bekwam hij na de oorlog een pensioen van 1.560 fr.

Peter Jozef Codden
Peter Jozef Codden

Zoon Peter Jozef was te jong om tijdens WO I te dienen als soldaat. Net als zijn vader was hij echter actief in het verzet. Voor zijn acties werd hij door de Duitsers gestraft met opsluiting in de gevangenis van Luik. Na de oorlog werd hij voorzitter van de Bond voor Politieke Gevangenen 1914 – 1918.

Henri Luykx (1ste van links) en Frans Luykx (4de van links)
Henri Luykx (eerste van links) en Frans Luykx (vierde van links)

De broers Henri en Frans Luykx werden respectievelijk geboren in 1896 en 1897. Hun vader, Felix Luykx, had een meubelmagazijn in de Kerkstraat van Lommel, waar ook Henri en Frans werkten.

In 1915 namen beiden dienst als soldaat oorlogsvrijwilliger; Henri bij het 2de Medische Korps, 8ste Compagnie en Frans bij het 6de Linieregiment, 3de Bataljon, 1ste Compagnie.

Enkele jaren na de oorlog, in 1922, huwde Henri met Maria Christina, dochter van Augustinus Codden. Samen kregen ze 7 kinderen.

Jan Clemens

Drie Lommelse kameraden – Jan Clemens (° 1897), Jan Lavreysen    (° 1897) en Henri Vercammen (°1896) – besluiten in 1916 om samen Lommel te ontvluchten en het Belgische leger aan de Ijzer als oorlogsvrijwilligers te vervoegen. Ze worden echter aan de draadversperring door Duitsers gearresteerd.

Fieke Jansen, de latere vrouw van Jan Clemens, vertelt in 1994 wat zij zich nog over deze gebeurtenissen herinnert:

‘Ze meenden langs Nederland naar het Belgische leger te gaan maar ze werden aan de draad opgepakt op 16 januari 1916, de eerste dag dat er stroom op stond. Ze raakten er ‘iets’ aan toen het ‘knitste’.  Daarna durfden ze niet meer verder en werden ze aangehouden.’

Door de Kreizcommandant van het arrondissement Maaseik worden de kameraden vervolgens veroordeeld tot politiek gevangenschap in Duitsland. Fieke weet in 1994 te vertellen dat Jan Clemens na zijn gevangenneming in Maaseik wordt gemolesteerd, door hem aan een boom vast te binden en hem te verplichten in de zon te kijken.

Jan Clemens zit als politiek gevangene 33 maanden vast in een Duits strafkamp. Blijkbaar wordt hij er door de  Duitse kampoverheid verplicht om voor zijn medegevangenen toneel te spelen, tot tweemaal per week toe. De toneelervaring die hij er opdoet, benut hij later als regisseur en hoofdrolspeler van de populaire toneelkring van de Lommelse Ambrosiusgilde.

In het kamp lijdt hij echter ook ernstige honger, wat hem verplicht tot het eten van aardappelschillen. Gedurende verschillende dagen dient hij bij guur weer op een brits te slapen zonder dekens.

Na de wapenstilstand in november 1918 trekt hij te voet weer naar huis. Zijn kleding die vol luizen zit, stopt hij bij zijn thuiskomst in de grond. Het is dan 26 november 1918.

Jan Clemens