Categorie archief: Geen categorie

Tragedie op Kerkhoven

Op 31 maart 1916 had er een akelig voorval plaats bij de familie Ceustermans-Jansen op Kerkhoven, Verloren Hoek 5.

Tijdens het heikappen hadden de twee oudste zoontjes een ‘bolleke’ (granaat) gevonden. Het werd door de broertjes over de tafel heen en weer gerold, maar viel op de grond en ontplofte. Hendrik, de oudste (° 1902) liep kermend naar buiten. Hij overleed de dag nadien. Zijn broer Alfons (°1907) werd gekwetst aan de middelvinger.

Duitse handgranaat uit de Eerste Werreldoorlog
Duitse handgranaat uit de Eerste Werreldoorlog

Dominicus De Graaf

Dominicus De Graaf wordt geboren op 9 februari 1895. Hij is één van de 10 kinderen van Lambertus De Graaf en Maria Aldegonde Van Baelen, een landbouwersgezin te Lommel-Kolonie.

Als oorlogsvrijwilliger neemt Dominicus dienst bij de Carabiniers-Cyclisten. Hij overlijdt op 16 februari 1916 in een ambulance, sector Diksmuide, nadat hij door een Duitse kogel in zijn hart is geraakt. Dominicus vindt zijn laatste rustplaats in Adinkerke, waar ook zijn broer Paulus Lambertus, werd begraven.

Belgische Carabiniers-Cyclisten

De Carabiniers-Cyclisten worden omwille van hun donkere uniform, hun snelle aanval en geluidloze aftocht in de nacht, door de Duitsers al snel de ‘Zwarte Duivels’ genoemd. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog leveren ze een belangrijke bijdrage aan de Slag der Zilveren Helmen bij Halen, waar ze de Duitse cavalerie weten terug te dringen.

Tijdens de terugtocht naar de Ijzer doen de Carabiniers-Cyclisten, omwille van hun beweeglijkheid, dienst als achterwacht en kunnen zo de vijandelijke achtervolging vertragen. In de stabilisatieperiode aan de Ijzer werken ze samen met de Infanterie om de wachtdiensten in de loopgraven te verzekeren.

Peter Geuns

Peter Geuns wordt in Luik geboren op 6 juli 1875, maar verhuist een jaar later samen met zijn ouders naar Lommel.  Op volwassen leeftijd gaat hij aan de slag als dagloner, hij woont dan in Lommel-Kattenbos.

Op 14 augustus 1915 wordt Peter gedeporteerd naar Duitsland omdat hij het tijdens de oorlog heeft gewaagd om jongelingen over de grens te helpen. Hij slaagt er echter in om uit Duitsland weg te vluchten en weet via Nederland het Belgische leger te bereiken. Totaal uitgeput wordt hij ter verzorging opgenomen in het militair ziekenhuis van Cabour (De Panne).

Peter Geuns overleeft de eerste wereldoorlog. Hij overlijdt in Lommel op 27 januari 1945.

cabour2
Belgisch militair hospitaal Cabour

 

Verzet in Lommel

Tijdens de oorlog kwamen niet minder dan 46 Lommelaars wegens verzetsdaden in Duitse gevangenissen terecht. Eerder hadden we het bijvoorbeeld al over koperhandelaar Martinus Eykholt. Hij overleed op 7 mei 1917 in Duits gevangenschap. Volgens de mondelinge overlevering zou hij er zichzelf van het leven hebben benomen om te voorkomen dat hij andere verzetslui zou verklikken.

Het is echter niet in alle gevallen duidelijk welke gebeurtenissen aan het verzet toe te schrijven zijn. Zo werd eind maart 1915 langsheen het Kempens Kanaal op de Blauwe Kei een telefoonleiding beschadigd. Ging het hier om een daad van sabotage of werd de schade aan de isolatoren eerder toevallig veroorzaakt door het afgooien van eikels? In ieder geval werd het bestuur van Lommel in een schrijven van de Kreischef te Maaseik d.d. 30/3/1915 gelast een boete van 10.000 fr. te betalen, wegens ‘Zerstörung der Isolatoren’. Zolang de boete niet werd betaald moest de gemeente zelf een wachtpost voorzien om de telefoonlijnen op de Blauwe Kei te bewaken.
De opgelegde wachtdienst duurde blijkbaar van 1 april tot 5 mei 1915. Intussen werd de ‘Banque Centrale du Limbourg’ te Hasselt, onder borgstelling van burgemeester Frans Van Ham en schepen Jozef Tournier, bereid gevonden een som te lenen ter financiering van de bewaking.

 

De draad veroorzaakt een boerenprobleem

Met de aanleg van de elektrische draadversperring en de vastlegging van een grenszone tussen het kanaal en de Nederlandse grens was er een boerenprobleem ontstaan. Omwille van de grensversperring kwam de uitbating van sommige landbouwpercelen immers in gedrang.

Het stadsarchief maakt bv. melding van een perceel rogge, 60 à 70 are groot, dat toebehoorde aan Edmond Van Hulle en gelegen was aan de Nederlandse grens op de Kleine Barrier. Door de aanleg van de draad werd het van België afgesneden. Edmond kon de rogge niet meer zelf oogsten en het graan diende bijgevolg aan Nederlandse boeren verkocht te worden. Landbouwers Jan Van Och en Frans Michiels, die op de Kleine Barrier in Bergeijk woonden, waren geïnteresseerde kopers. Aan de burgemeester van Bergeijk werd gevraagd hierin te willen bemiddelen.

grensversperring
Draadversperring opgetrokken tussen akker en boomgaard (Boter bij de vis – Landbouw, voeding en eerste wereldoorlog – www.boterbijdeviswo1.be)

Mathijs Alfons Hubert Bos

Mathijs Alfons Hubert Bos wordt geboren in Dilsen op 27 januari 1891.  Zijn vader, Antoon Christiaan Bos, is luitenant der douane en vestigt zich met zijn gezin vanaf 1907 in Lommel.  Voor de oorlog is Mathijs onderwijzer aan de Aangenomen Jongensschool van Lommel-Centrum.

Zijn oudste zus Juliana Ursula Hubertina is vanaf mei 1914 trouwens hulponderwijzeres aan de Aangenomen meisjesschool van Lommel-Centrum en vanaf 1916 hoofdonderwijzeres, ter vervanging van Odile Wulms.

Tijdens de oorlog wordt Mathijs ingelijfd bij het Bataljon Administratie.  Hij doet als soldaat-brancardier 4 jaar dienst aan het Ijzerfront.

Achter de linies ontmoet hij regelmatig vrienden Henri Verkammen en Jef Van Leemput, met wie dan ‘een goeie pot wordt gepakt’.  In één van de brieven aan moeder Verkammen vertelt Henri bovendien dat Mathijs aan het front ‘het leventje van een graaf leidt’.